|
|
 |
 |

 Recensie: Het verhaal van Epitaph, het levenswerk van bassist en componist Charles Mingus, is bekend, wellicht. De oeropvoering vond plaats op 12 oktober 1962, in de New Yorkse Town Hall. Die avond ging er van alles mis: het concert was een paar weken vervroegd, zodat het werk nog niet af was en er op de eerste rij twee kopiisten nog vlijtig partijen zaten uit te schrijven. Vanwege de vele valse starts en onderbrekingen liep een deel van het publiek weg en tijdens een solo van trompettist Clark Terry lieten de toneelknechts het doek alvast zakken. Musicoloog Andrew Homzy ontdekte het werk in 1985 in een plastic zak in het appartement van de weduwe van Mingus. Het was onvolledig en deels onleesbaar, maar Homzy en dirigent Gunther Schuller wisten de puzzelstukjes tot een coherent geheel van ruim twee uur samen te voegen. En zo werd in 1989, tien jaar na het overlijden van Mingus, in het Lincoln Center de thans uitgebrachte reconstructie uitgevoerd. Van de oorspronkelijke bezetting van 1962 waren Snooky Young (trompet), Britt Woodman en Eddie Bert (trombone), Don Butterfield (tuba) en Jerome Richardson (altsax) wederom van de partij. Epitaph is overdonderend en meeslepend. Soloflarden duiken op en verdwijnen weer in de maalstroom van het loeiende en kolkende dertigkoppige orkest, extreme stemmen (fluit versus onaards grommend koper) lichten op, sequenties uit een componeerpraktijk van twintig jaar schuiven langs in een diabolische diashow. Het oudste fragment dat ik herkende was The Soul, een donker arrangement op Body And Soul, dat Mingus in 1948 voor de bigband van vibrafonist Lionel Hampton schreef. Epitaph is een stuk waarvan je beurtelings wit wegtrekt en purper aanloopt. Eddy Determeyer
|
 |